Pim Kaagman is nu al twee seizoenen hoofdtrainer van v.v. SVI en heeft het ontzettend naar zijn zin bij de club. Hij kijkt terug op het afgelopen jaar en heeft zin in volgend seizoen. Een gesprek over ontwikkeling, samenwerking, pech en plezier.
Kaagman kijkt met een dubbel gevoel terug op zijn tweede seizoen als hoofdtrainer van v.v. SVI, “het ging beter dan vorig seizoen, in de eerste twintig wedstrijden hebben we veel punten gepakt. Aan het eind van het seizoen kregen we een overkill aan blessures en was de selectie te smal om dit hoge niveau te blijven bieden.”
Kaagman is ervan overtuigd dat ze zonder het “blessurespook” aan het eind van de competitie, dit seizoen meer punten behaald zouden hebben dan in zijn eerste seizoen als hoofdtrainer. “Ik ben trots op de eerste wedstrijden van het seizoen, dat we na twintig wedstrijden al 34 punten hadden. Als we deze lijn door hadden kunnen trekken, hadden we nacompetitie gespeeld om promotie.”
Als technische staf hebben ze gekeken naar wat de oorzaak van de blessures kon zijn. Maar de conclusie was dat het pure pech is. “De blessures waren allemaal contactblessures, door bijvoorbeeld een schop tijdens een duel om de bal. Dat is de zure kant van een contactsport.”
Jeugdig
Maar de andere kant van de medaille is wel dat door alle blessures, jonge jongens de kans kregen om zichzelf te ontwikkelen op het hoogste niveau. “Jongens als Milan, Niels, Stijn, Thijs, Jenthe, Ryan, Kai, Roan en Matthias hebben we mee laten voetballen. Dat is een mooie ontwikkeling, ook voor de club.”
De jeugdspelers deden het prima. De hoofdtrainer is tevreden over hoe goed ze zich ontwikkeld hebben, “maar je kan ook zien dat ze niet gewend zijn om 90 minuten te maken op dit niveau. Dat is ook begrijpelijk. Maar als je veel van zulke jonge spelers moet opstellen, is het toch te veel, te jong. Ik heb gezien dat ze mee kunnen met het niveau, dat ze lang arbeid leveren, maar 90 minuten gas geven zijn ze niet gewend. 60 minuten gaat het goed, voor de laatste 30 minuten komen ze nog fysiek tekort.”
Talent is aanwezig. Het heeft alleen nog wat tijd nodig.
Doordat er aan het eind van het seizoen noodgedwongen veel jeugdspelers mee moesten doen, raakte ook de balans in het team zoek. “De jonge jongens hebben ook spelers naast hen nodig die ze op het veld begeleiden. Ons centrum bestond op het laatst met Sverre en Milan uit twee 18 jarigen, met daarbij met Wout ook nog een 18 jarige keeper erachter.”
Gretig
Het is mooi om te zien dat naast dat de spelers zich individueel ontwikkelen, ze ook als team stappen maken vindt Kaagman, “dat ze het besef hebben dat ze het samen moeten doen. Dat ze gretig zijn. En dat de communicatie steeds beter loopt. Aan het begin moet je elkaar leren kennen, maar daarna zie je dat ze zeggen wat ze vinden. Of het nou goed is, of minder goed, of slecht. Als staf willen wij de spelers ook altijd een eerlijk verhaal vertellen. Geen onzinverhaal over waarom iemand gewisseld is, daar heeft niemand iets aan. Soms kan je het niet eens zijn met elkaar. Dat is prima, wanneer je open en eerlijk bent.”
Het team is volgens de trainer ook beter geworden in het zelf lezen van wedstrijden. Hoe speelt de tegenstander en wat moeten zij dan gaan doen. Als staf en groep zijn ze daar veel mee bezig geweest, en voor de trainer is het super mooi om deze ontwikkeling dan terug te zien op het veld.
Pim heeft het ontzettend naar zijn zin bij v.v. SVI, waar hij samen met collega trainer Roy Agten en keeperstrainer Gerhard Hein (volgend seizoen is Henrico Abma de nieuwe keeperstrainer) de technische staf vormt. Hij noemt Roy een collega trainer, “ik zie hem niet als een assistent van mij.” Kaagman is blij met hoe de samenwerking verloopt. Zowel de samenwerking tussen spelersgroep en de technische staf als de samenwerking met de Technische Commissie, “er zijn korte lijntjes en zij zijn heel duidelijk naar ons toe. Met Bert Hendriks, hoofd jeugdopleiding, kan ik fijn samenwerken. Net als met de trainers van het tweede elftal, de onder 23 en onder 19. Ik vind het voortreffelijk hoe iedereen elkaar helpt en spelers aan elkaar afstaat. En het is natuurlijk fantastisch dat het Tweede is gepromoveerd, dat geeft de vereniging een enorme boost. Maar ik word ook blij als ik kijk naar de vrijwilligers die bij de vereniging rondlopen, naar de barmensen, de supporters. Het is een mooie club. Ik heb het echt ontzettend naar mijn zin. Iedere keer ga ik fluitend naar de club toe!”
2026-2027
Voor volgend seizoen raakt v.v. SVI met Lucas Nunnink (naar WHC) en Bertus Nijmeijer (naar Tollebeek) twee belangrijke spelers kwijt op het middenveld. Pim: “zij vormden het hart van het team, dat voor balans zorgde. Ik ben nieuwsgierig wie van de spelers er nu op gaat staan om deze rol over te nemen. Ik ben benieuwd hoe dat zich gaat ontwikkelen.”
Over de nieuwe spelers kan de hoofdtrainer nog niet veel zeggen, “daarvoor heb ik ze nog te weinig zien voetballen. Lucas en Lorenz hebben één oefenwedstrijd meegedaan. Ze komen van buitenaf, maar ze passen bij hoe wij als SVI willen voetballen, met het spelen met een hoge intensiteit.”
Kaagman ziet nog legio dingen die verder ontwikkeld kunnen worden volgend seizoen. “We willen de lat weer iets hoger leggen. De speelwijze kan nog iets beter. Ik heb nu al veel zin in volgend seizoen. Het team is gretig en de jongens willen veel leren. Volgend seizoen wil ik het team nieuwe trainingsvormen aanreiken om ons spel nog meer te ontwikkelen.”








